Art. 2/11 a: Wanneer de Wlb van toepassing is
Het antwoord op de vraag wanneer de Wlb van toepassing is,
is scherper geformuleerd. De Wlb is van toepassing op het lichaam van een
overledene of een levenloos ter wereld gekomen menselijke vrucht, waarvan de
zwangerschapsduur tenminste 24 weken was. Bij een zwangerschapsduur van minder
dan 24 weken is de wet ook van toepassing als de vrucht meer dan 24 uur heeft
geleefd.
Bij een zwangerschapsduur van minder dan 24 weken kan een levenloos geboren
menselijke vrucht of een levende vrucht die binnen 24 uur is overleden volgens
de regels in de Wlb worden begraven/gecremeerd als een arts verklaart dat het om
een dergelijke vrucht ging.
Actie beheerder begraafplaats/crematorium: informeren
administratie. Meenemen in werkwijze. Vooral van belang bij het tellen van het
aantal
begravingen/crematies, waarop de Wlb van toepassing is.
Art. 8/21: Identificatie van de overledene
Formeel moet de houder van de begraafplaats/crematorium de
identiteit van de overledene of doodgeborene controleren. Dat is vlak voor een
uitvaart niet erg praktisch.
De nieuwe wet stelt vast dat die controle (de juiste overledene in de juiste
kist met het juiste registratienummer en bijbehorende document) eerder moet
plaatsvinden. Namelijk op het moment dat een registratienummer op de kist of
ander omhulsel wordt aangebracht. Bij de poort of in de aula kan de controle
beperkt blijven tot het vergelijken van de registratienummers. Als de gegevens
niet overeenstemmen, maar wel voldoende vaststaat om wiens lichaam het gaat kan
- in tegenstelling tot nu - de lijkbezorging worden voortgezet. De verdere
administratieve afhandeling kan later plaatsvinden. De nieuwe wet volgt hier de
gangbare praktijk en zal bij de uitvoering nauwelijks tot wijzigingen leiden.
Als de identiteit van een overledene niet bekend is mag deze alleen worden
begraven en niet worden gecremeerd. Er moeten van deze onbekende DNA-gegevens
worden bewaard. Dat laatste gebeurt niet op een begraafplaats, maar in een
politieregister.
Actie beheerder begraafplaats/crematorium:
informeren administratie, portier en/of aulapersoneel. Meenemen in werkwijze.
Art. 16/89: Termijn uitvaart/crematie
De begraving of crematie
vindt niet eerder dan 36 uur (nu ook 36 uur) na het overlijden en uiterlijk op
de zesde werkdag (was vijfde dag) na overlijden. Dit betekent dat opdrachtgevers
van uitvaarten minder vaak uitstel zullen hoeven te vragen. Dat ziet een
beheerder van een begraafplaats/crematorium en de ambtenaar bij de afdeling
Burgerzaken vermoedelijk dagelijks terug. (De Algemene termijnenwet wordt van
toepassing. Indien de termijn op een zaterdag, zondag of algemeen erkende
feestdag eindigt wordt de termijn verlengd tot en met de eerste dag die geen
zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is. In de termijn moeten ten
minste twee dagen voorkomen, die geen zaterdag, zondag of algemeen erkende
feestdag zijn.)
Actie beheerder
begraafplaats/crematorium: informeren administratie en afd.
Burgerzaken. Meenemen in werkwijze.
Art. 23: Introductie in de wet van de begrippen
algemeen graf en particulier graf
Voor het eerst wordt in de
wet gedefinieerd wat een algemeen graf is. Voor een graf, waarop een uitsluitend
recht is gevestigd wordt de term 'particulier graf' geïntroduceerd.
De begrippen 'algemeen graf' en 'particulier graf' moeten in een verordening
uiteraard hetzelfde zijn als in de wet. Indien in de huidige verordening 'een
uitsluitend recht op een graf' als bijvoorbeeld 'eigen graf' wordt aangeduid
moet in de verordening duidelijk zijn dat een 'eigen graf' hetzelfde is als een
'particulier graf'. In lengte van jaren zullen namelijk de 'oude' begrippen in
grafaktes e.d. nog voorkomen en dan moet duidelijk zijn wat er wordt bedoeld.
Het omgekeerde is ook mogelijk. Dan blijft in de verordening het begrip 'eigen
graf' gehandhaafd en bij de definities wordt het begrip 'eigen graf' gelijk
gesteld aan het wettelijke begrip 'particulier graf'.
Actie beheerder
begraafplaats: verordening aanpassen indien er graven met uitsluitend
recht worden uitgegeven.
Art. 27a: Melding ruimen algemeen graf aan
belanghebbenden
De beheerder van de
begraafplaats wordt verplicht om de ruiming van een algemeen graf tenminste 6
maanden en ten hoogste 12 maanden voor het verstrijken van de termijn van
uitgifte schriftelijk aan belanghebbenden, wiens adres hem bekend is, bekend te
maken. Meestal zal dat de opdrachtgever van de begrafenis zijn.
Actie beheerder
begraafplaats: werkwijze administratie aanpassen. Mogelijk verordening
aanpassen
Art. 28/84: Particulier graf minimaal periode grafuitgifte / periode
verlenging/verwaarlozing
Uitgiftetermijn grafrechten
a. de minimale termijn waarop een grafrecht kan worden uitgegeven is verlaagd
van 20 naar 10 jaar. Het is dus mogelijk de termijn die nu wordt gebruikt te
handhaven.
Actie beheerder
begraafplaats: beheerder kan nieuwe keuze maken, afhankelijk van de
keuze verordening aanpassen.
Verlenging grafrechten
b. Nu kan het grafrecht telkens met maximaal 10 jaar worden verlengd. De
beheerder van de beheerder van de begraafplaats kan na wetswijziging een termijn
kiezen tussen de 5 en 20 jaar. Telkens met één jaar verlengen is dus formeel
niet meer mogelijk. Deze wijziging is tot stand gekomen met het oog op het
verminderen van de administratieve lasten.
Actie beheerder begraafplaats:
beheerder kan nieuwe keuze
maken, afhankelijk van de keuze verordening aanpassen.
c. De rechthebbende kan twee jaar (nu één jaar) voor afloop van de grafrechten
een verzoek tot verlenging doen.
Actie beheerder begraafplaats: wijziging werkwijze
administratie. Mogelijk verordening aanpassen.
d. Als iemand niet binnen drie maanden op die mededeling reageert, moet er vanaf
de afloop van die drie maanden-termijn tot het op moment waarop het recht afloop
een mededeling bij het graf en aan de poort worden gehangen.
Actie beheerder
begraafplaats: wijziging werkwijze administratie. Mogelijk verordening
aanpassen.
Verwaarlozing graf
e. Bij verwaarlozing van een graf moet de beheerder dat aan rechthebbende in een
schriftelijke verklaring gaan melden en deze een jaar de tijd geven de
verwaarlozing op te heffen.
Actie beheerder
begraafplaats: wijziging werkwijze administratie.
f. Als de ontvangst van de verklaring niet wordt bevestigd moet na wetswijziging
de verklaring gedurende een periode van vijf jaar bij graf en poort worden
gehangen.
Actie beheerder
begraafplaats: wijziging werkwijze administratie (handig is dus de
verklaring aangetekend te verzenden). Mogelijk verordening aanpassen.
g. Als er na één jaar (zie e) respectievelijk vijf jaar (zie f) niets is gebeurd
vervalt het grafrecht na wetswijziging 10 jaar (nu 30 jaar) na uitgifte. (In de
wetsvoorstellen staat nu nog 20 jaar, maar dat strookt niet met de verlaging van
de uitgiftetermijn. Op dit punt is reparatiewetgeving te verwachten.)
Actie beheerder begraafplaats: wijziging werkwijze administratie. Mogelijk
verordening aanpassen.
h. In art 84a is voor wat betreft het vervallen van grafrechten door
verwaarlozing een overgangsbepaling
voor bestaande gevallen opgenomen. In geval
van verwaarlozing van bestaande graven gaat de termijn van vijf jaar pas
vijftien jaar nadat de wetswijziging van kracht is geworden lopen, maar moet het
tevens dertig jaar geleden zijn sinds de laatste begraving in dat graf.
Actie beheerder begraafplaats: wijziging werkwijze
administratie.
Art. 27a/28: Vervallen administratieve
verplichting om actief te zoeken naar een adres
De beheerder hoeft bij het
aankondigen van de ruiming van een algemeen graf (art 27a), bij het verlopen van
grafrechten (art 28) en het afgeven van een verklaring over verwaarlozing van
een graf (art 28) niet meer actief op zoek te gaan naar de belanghebbenden,
gebruiker of rechthebbende. Hij kan gebruik maken van het adres dat hem bekend
is. Het is overigens niet verboden om actief naar een adres opzoek te gaan.
Art. 29/31: Opgravingen en ruimen
a. Bij opgravingen en ruimen
vervalt de verplichte inschakeling van de VROM inspectie. In de praktijk was
deze inschakeling al een dode letter. De inspectierichtlijnen en circulaires
moeten wel worden gevolgd. Deze richtlijnen en circulaires zullen worden
vervangen door een handreiking, die in samenwerking met de uitvaartbranche zal
worden opgesteld.
b. voor het cremeren van een lijk na opgraving is alleen nog toestemming van de
Officier van Justitie nodig als dat binnen een jaar na de begraving plaatsvindt.
c. De burgemeester moet twee maanden van te voren op de hoogte worden gesteld
van het ruimen van een graf van een onbekende. Dat moet de mogelijkheid geven
tot een poging tot identificatie. De ruiming wordt uitgesteld totdat de poging
tot identificatie gereed is. Bij een eventuele herbegraving van een
geïdentificeerde onbekende is geen aparte toestemming van de burgemeester voor
het opgraven nodig.
Actie beheerder begraafplaats: buitendienst informeren bij
aanpak ruimingen. Het ligt erg voor de hand om onbekenden apart te begraven.
Art. 32: Ruimen
De wet geeft de regering de mogelijkheid om een algemene
maatregel van bestuur te nemen betreffende het piëteitsvol ruimen. Dat zal de
regering doen als binnen een jaar nadat de wet van kracht is, het overleg tussen
de VNG en het LOB niets heeft opgeleverd.
Actie beheerder begraafplaats: ter
informatie buitendienst en resultaat overleg afwachten.
Art. 32a: Eigendom grafbedekking (monument en
beplanting)
Volgens de regels van het
Burgerlijk Wetboek is op dit moment de grafbedekking het - juridische - eigendom
van de eigenaar van de grond c.q. de beheerder van de begraafplaats. Na
wetswijziging blijft de grafbedekking eigendom van rechthebbende of
opdrachtgever zolang er niet mag worden geruimd. De gebruikelijke eisen kunnen
aan de grafbedekking worden gesteld.
Knelpunt: In de wet is nu onvoldoende duidelijk hoe iemand er achter komt wie de
eigenaar is van een grafmonument dat bijvoorbeeld omgevallen is en schade heeft
veroorzaakt. De naam of namen
van degene(n) die in een graf liggen, is/zijn openbaar, maar andere gegevens,
zoals wie de rechthebbende is, niet. Het valt te verwachten dat het niet
onrechtmatig wordt geacht dat de beheerder in dit soort bijzondere situaties de
gegevens van de rechthebbende aan de belanghebbenden verstrekt.
Actie beheerder
begraafplaats: administratie of buitendienst informeren.
Art. 58: opschrift op de asbus
Het vereiste gebruik van onuitwisbare cijfers en letters
en de eis dat het opschrift van een ongeopende bus gedurende twintig jaar
leesbaar en aanwezig moet zijn vervalt. Na wetswijziging is alleen de
registratie van naam, voorletters en registratienummer vereist.
Actie beheerder crematorium: mogelijk
werkwijze aanpassen.
Art. 59/63: meegeven/bijzetten asbus
In de wet wordt duidelijker
omschreven aan wie de asbus mag worden meegegeven: dat is de nabestaande door of
namens wie opdracht tot crematie is gegeven.
Actie beheerder crematorium: administratie informeren. Meenemen
in werkwijze.
Art. 66: ruimen asbus
Asbussen kunnen in een
ruimte met een uitsluitend recht worden geplaatst. Zolang dat recht bestaat kan
de asbus alleen met toestemming van de rechthebbende worden geruimd (=
verstrooid).
Is dat recht vervallen dan wordt de termijn waarop de asbus kan worden geruimd
na wetswijziging 10 jaar (nu 20 jaar). Dit geldt ook voor bestaande gevallen.
Actie beheerder
crematorium: administratie informeren. Meenemen in werkwijze.